Enkelhandig Zwaard


Eques Ordinem Templar Belgica

Deze werd gebruikt in de vroege middeleeuwen, zo rond 500 na Christus, en was een onderdeel van het oorlogsgereedschap met onder andere speer, bijl, dolk of lang mes, de Normandische druppelschilden en grote ronde schilden. De zwaarden die destijds gebruikt werden waren relatief simpel qua ontwerp en bestonden uit een lemmet met 2 parallelle kanten, een “rondige” punt en een eenvoudige rechte stootplaat. Deze zwaarden waren ontwikkeld om zware houwen mee uit te delen en te mijden. Dit zwaard, gecombineerd met schild in de andere hand, vormde samen een veel voorkomende en dodelijke combinatie. De combinatie van de 2 parallelle kanten en “rondige” punt leende zich niet erg goed uit om de tegenstander te “steken”. Dit zwaard werd heel veel gebruikt tijdens de kruistochten. Het is de tijd van de opkomende landsheerlijkheid met de bijhorende cultuur en bewustzijn van de heersende klasse.
Enkelhandig zwaard2
Eind 12de-13de eeuw
Aan het eind van de 12de eeuw ontstaat uit deze cultuur de belangrijke kunst van het zwaardvechten. Hierbij ligt de nadruk op de behendigheid in plaats van kracht. Alleen diegenen met de tijd om te oefenen, vechten met een zwaard. Niet iedere sterke boerenpummel kan, zoals voorheen, een zwaard hanteren, het is bij uitstek een wapen voor de elite. Hierdoor groeit het zwaard uit tot een symbool voor de heersende klasse en macht. De zwaartepunt is van enorm belang, het moet zo dicht mogelijk bij de hand liggen, dan is de richting van de slag moeilijk te veranderen en is het zwaard beter te bewegen. Tussen het midden van de 12de en in de 13de eeuw groeit de pareerstang onder invloed van de zwaardvechtkunst van 15 naar 22 centimeter. De onderzijde van de knop wordt nu ook gebogen waardoor het de vorm van een paranoot krijgt. Tijdens het vechten zit dan de knop niet meer in de weg en ligt het zwaard beter in de hand.
Enkelhandig zwaard1
900-1100